Stel: je zit in de schuldsanering. Maandenlang leef je van een vast leefgeld, en de schone lei is bijna in zicht. Dan wordt er ineens 10.000 euro voor je overgemaakt: de kindregeling, omdat je ouders slachtoffer waren van de toeslagenaffaire. Kort daarna vraagt je bewindvoerder het geld over te maken naar de boedel, voor je schuldeisers.
Zo ging het, in grote lijnen, bij een vrouw over wie de rechter-commissaris in Rotterdam op 23 september 2025 besliste (ECLI:NL:RBROT:2025:11404). Het geld kwam drie dagen voor het einde van haar regeling binnen. Zij kreeg het terug. Een jaar eerder kwam de rechtbank Rotterdam in een andere zaak, langs een heel andere weg, tot dezelfde uitkomst (ECLI:NL:RBROT:2024:4322). Toch is de officiële lijn nog steeds dat de kindregeling in de wsnp gewoon in de boedel valt.
Wat Bureau Wsnp en het ministerie zeggen over de kindregeling
De hoofdregel in de Faillissementswet is streng. Alles wat je tijdens de schuldsanering krijgt, valt in de boedel en gaat naar je schuldeisers (artikel 295 Fw). Voor gedupeerde ouders die vóór 5 november 2022 in de wsnp of een minnelijke regeling zaten, is er een oplossing: het Rijk lost hun schulden binnen de lopende regeling af en ze houden hun compensatie zelf, schrijft de herstelorganisatie. Begon het traject later, dan hangt het af van de voorwaarden die daar gelden.
Voor kinderen ligt het anders. Sinds november 2023 krijgen jongeren met de kindregeling een extra schuldhulpaanbod. Daarbij blijft hun tegemoetkoming buiten beschouwing, maar dat geldt voor een minnelijke regeling. Voor jongeren die na 5 november 2022 tot de wsnp zijn toegelaten, is er “geen zicht op een aangepaste regeling”, meldde Bureau Wsnp op 23 mei 2024. Dan is de tegemoetkoming “een vorm van inkomen en valt in de boedel”. Hoe groot die groep is, weet niemand precies. Op een oproep van Bureau Wsnp kwamen “slechts enkele reacties”.
Twee keer Rotterdam, twee verschillende redeneringen
Wij zochten in onze eigen database met ruim een miljoen uitspraken naar zaken waarin de kindregeling en de boedel samen voorkomen. Er zijn er twee waarin een rechter over precies deze vraag beslist. Ze komen allebei uit Rotterdam en ze komen allebei uit op: het geld blijft van de jongere. Maar de route verschilt.
Rechtbank Rotterdam, 8 mei 2024
- Wie: een jongen die al vroeg zelf hulp zocht en in 2021 in de wsnp kwam.
- Uitbetaling: tijdens de schuldsanering, ambtshalve.
- Redenering: het geld valt wel in de boedel, maar hier is een uitzondering gerechtvaardigd, omdat de wetgever het bedoelde voor een nieuwe start.
- Wat hij ermee wil: een opleiding en een eigen woning.
Rechter-commissaris Rotterdam, 23 september 2025
- Wie: een vrouw van wie de looptijd op 21 maart 2025 eindigde.
- Uitbetaling: 18 maart 2025, drie dagen voor het einde.
- Redenering: het geld valt niet in de boedel, omdat het een vergoeding voor immateriële schade is waarop geen beslag mogelijk is (artikel 6:95 BW).
- Wat de rechter opviel: de brieven kwamen bij haar oude beschermingsbewindvoerder terecht, niet bij haar.
Bron: ECLI:NL:RBROT:2024:4322 en ECLI:NL:RBROT:2025:11404. In beide zaken ging het om 10.000 euro.
De tweede redenering gaat verder dan de eerste. De rechter-commissaris noemt de kindregeling een vergoeding voor leed. Zo’n recht hoort volgens hem wel tot je vermogen, maar nog niet tot het deel waarop beslag mogelijk is. Dat verandert pas als je er zelf voor kiest het te gebruiken. Wordt het geld ongevraagd overgemaakt, dan heb je nog niet gekozen. Hij wijst erop dat de Belastingdienst in de brief van 3 maart 2025 schreef dat je telefonisch kunt vragen het bedrag later te ontvangen. Had de vrouw dat geweten, dan had ze de betaling volgens hem kunnen uitstellen tot na het einde van de regeling, zonder haar plicht om af te lossen te schenden.
Het kabinet zag dat eerder anders. In de nota bij de Wet hersteloperatie toeslagen staat dat later overmaken tot na de schuldsanering “geen oplossing” biedt, omdat de tegemoetkoming dan “wordt gezien als nagekomen baat die alsnog naar de schuldeisers gaat”. Uitstel kon volgens diezelfde nota tot uiterlijk 31 december 2025. De rechter-commissaris kwam in zijn specifieke zaak dus tot een andere uitkomst dan het kabinet voorspelde.
De mogelijkheid van uitstel was bekend. Het Informatiepunt Toeslagen van de gemeente Rotterdam schreef al in januari 2023 op X dat je als kind het bedrag later kunt laten uitbetalen, “bijvoorbeeld omdat je betalingsachterstanden of schulden hebt”, en dat je dan zelf moet bellen (bericht van @toeslagen010).
Zet je de besluiten en uitspraken op een rij, dan zie je hoe de wsnp-jongere tussen twee regelingen in is gevallen.
- 5 november 2022. De kindregeling gaat van start.
- 26 oktober 2023. De staatssecretaris vult de kindregeling aan met schuldhulp. Het saneringskrediet betaalt het Rijk, de tegemoetkoming blijft buiten beschouwing (Bureau Wsnp).
- 8 mei 2024. De rechtbank Rotterdam laat een jongen in de wsnp zijn 10.000 euro houden.
- 23 mei 2024. Bureau Wsnp meldt: geen aangepaste regeling voor de wsnp, het geld valt in de boedel.
- 21 februari 2025. Volgens de staatssecretaris ontvingen meer dan 100.000 kinderen een tegemoetkoming via de kindregeling (bericht op X).
- 23 september 2025. De rechter-commissaris in Rotterdam kiest de route via smartengeld.
De wsnp-jongere hoort niet slechter af te zijn dan de jongere in een minnelijke regeling
Het ministerie hoort de kindregeling voor jongeren in de wsnp uitdrukkelijk buiten de boedel te zetten, net als bij hun ouders. De onderbouwing komt uit de stukken van de overheid zelf. In de memorie van toelichting bij de Wet hersteloperatie toeslagen staat, zo citeert de rechtbank, dat de kindregeling “niet is bedoeld om schade of schulden te compenseren”. Het kabinet vond dat jongeren zelf mogen bepalen waar ze het geld aan uitgeven. En wie in een minnelijke regeling zit, houdt het geld wel.
Daardoor wordt de jongen die al vroeg zelf hulp zocht en in de wsnp belandde, gestraft voor die eerdere stap. De rechtbank zei het in 2024 met zoveel woorden: als hij niet naar de wsnp was gegaan, was hij onder de nieuwe regeling gevallen. Dat het waarschijnlijk om een kleine groep gaat, maakt het niet minder scheef. Hoe groot die groep precies is en wat een oplossing kost, is niet bekend.
Er is wel een tegenargument, en dat is geen detail. Schuldeisers in een wsnp zijn niet alleen banken en incassobureaus, maar ook de huisbaas, de zorgverzekeraar of een kleine zelfstandige. Het WODC-onderzoek uit 2023 wees er bovendien op dat een uitzondering alleen voor mensen in de schuldsanering hen beter af maakt dan slachtoffers die (nog) niet in de wsnp zitten, en dat dat onderscheid niet te rechtvaardigen lijkt. Dat is een terecht punt. Maar het pleit voor één duidelijke regel voor alle kindslachtoffers, niet voor de huidige situatie waarin het afhangt van welke rechter-commissaris je treft.
Zit je in de wsnp en komt er een brief over de kindregeling? Doe dit
- Meld het meteen bij je wsnp-bewindvoerder. Je moet open zijn over wat er binnenkomt; verzwijgen kan je de schone lei kosten. Uitstel van de uitbetaling kon volgens het kabinet tot uiterlijk 31 december 2025 en zou volgens het kabinet niet helpen. Bespreek dat dus niet als oplossing zonder je bewindvoerder en een jurist.
- Vraag de rechter-commissaris via je bewindvoerder om het geld buiten de boedel te laten (artikel 317 Fw). Noem de twee Rotterdamse uitspraken en vertel wat je met het geld wilt, zoals de jongen in 2024 deed.
- Wijst de rechter-commissaris het af, dan kun je binnen vijf dagen na de beschikking in beroep bij de rechtbank (artikel 315 Fw). Dat moet via een advocaat met een verzoekschrift. Zo won de jongen in 2024 zijn zaak.
Twee uitspraken uit één rechtbank zijn geen vaste lijn. Een andere rechter-commissaris kan het anders zien, en Bureau Wsnp gaat nog altijd uit van de hoofdregel. Dit is informatie, geen persoonlijk advies. Twijfel je over de termijn van je regeling, lees dan eerst hoe je de startdatum van je schuldregeling controleert. Wil je zelf de uitspraken over jouw situatie nalezen, zoek dan met rechtshulp met AI in de rechtspraak, met de bronnen erbij.
Waarom smartengeld hier de sleutel kan zijn
De redenering van de rechter-commissaris leunt op de regel voor smartengeld: een vergoeding voor leed waarop geen beslag mogelijk is. Hij verwijst naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2002 en naar artikel 6:95 lid 2 BW, dat sindsdien in het voordeel van de benadeelde is aangepast. Hoeveel rechters in andere zaken aan smartengeld toekennen, laat onze tool smartengeld berekenen zien. Bij de toeslagenaffaire speelt ook de vraag wie de overheid hiervoor kan aanspreken; daarover schreven we eerder, toen 155 ouders vervolging van de Belastingdienst eisten.
Een uitspraak buiten Rotterdam wordt de volgende aanwijzing
Zolang alleen Rotterdam zich heeft uitgesproken, hangt het voor een jongere in Groningen of Maastricht af van zijn eigen rechter-commissaris. Het moment dat telt is de eerste zaak waarin een rechtbank buiten Rotterdam, of een gerechtshof, kiest tussen de twee redeneringen. Kiest die voor de smartengeldroute, dan krijgen bewindvoerders en rechters-commissarissen elders een sterker argument om het geld bij de jongere te laten. Kiest die voor de hoofdregel, dan ligt de bal weer bij het ministerie.
