← Alle artikelen

De inspecteur zei twee keer dat hij die stukken niet had. Toen kwam er een Woo-verzoek.

Belastinginspecteur toont lege handen terwijl achter hem een archieflade vol stukken openstaat

Bij de rechtbank vroeg ze om de stukken. De inspecteur zei dat hij ze niet had. Bij het hof vroeg ze er opnieuw om. Weer nee. Pas toen ze een Woo-verzoek indiende — een aparte procedure, tegen dezelfde dienst — kwamen de documenten boven water. Op 10 april 2026 noemde de Hoge Raad dat “in vergaande mate onzorgvuldig handelen” en stuurde de zaak terug naar af. Tien jaar na het begin.

Er staat in de wet, kort en duidelijk, dat een bestuursorgaan alle op de zaak betrekking hebbende stukken naar de rechter moet sturen. Artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Niet de stukken die het handig vindt: alle stukken die het heeft en die over de zaak gaan.

De vraag is wat er gebeurt als dat niet gebeurt. Wij hebben onze eigen database doorzocht op uitspraken van de laatste twee jaar waarin dit artikel een rol speelt. Het antwoord is ongemakkelijk.

De zaak die tot aan de Hoge Raad kwam

Het begon in 2016 met een boekenonderzoek en een strafrechtelijk onderzoek tegelijk. Twee ambtenaren van de Belastingdienst werkten aan allebei — bij het opleggen van de aanslagen én als buitengewoon opsporingsambtenaar in het strafonderzoek.

De vrouw die de aanslagen kreeg, vroeg om de stukken uit dat onderzoek. Specifiek om de zogeheten RIEC-stukken, van het samenwerkingsverband waarin overheidsdiensten informatie delen over ondermijning.

De inspecteur ontkende. Bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, en daarna bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch: die stukken heeft hij niet en heeft hij nooit gehad. Het hof geloofde dat, en overwoog dat het dossier geen enkele aanwijzing voor het tegendeel gaf.

Ondertussen liep er een Woo-procedure. Ook daarin stelde de staatssecretaris eerst dat de stukken er niet waren. Tot de rechtbank Oost-Brabant in die procedure uitspraak deed. Daarna werden ze alsnog verstrekt.

Op 17 juni 2024 liet de staatssecretaris de Hoge Raad weten dat de documenten toch in het bezit van de inspecteur waren geweest, en dus overgelegd hadden moeten worden.

Wat de Hoge Raad daarvan vond

Het oordeel van het hof kon niet in stand blijven. Als vaststaat dat de stukken er wél waren, is de conclusie dat ze er niet waren onbegrijpelijk. De uitspraak is vernietigd en de zaak gaat naar een ander hof, dat opnieuw moet beginnen.

En dan de zin die telt. De Hoge Raad merkt deze gang van zaken aan als “in vergaande mate onzorgvuldig handelen van de Inspecteur”, toegerekend aan de staatssecretaris. Daarom mocht de vaste, forfaitaire kostenvergoeding opzij: de staatssecretaris betaalt € 15.000 aan advocaatkosten voor alleen al de cassatie.

Zo’n bovenforfaitaire vergoeding krijg je in het belastingrecht bijna nooit. Dat de Hoge Raad hem hier geeft, is het signaal.

Er zit nog een tweede rekening aan vast. Het cassatieberoep liep van 13 februari 2023 tot april 2026 — meer dan twaalf maanden over de redelijke termijn, wat de Staat een vergoeding voor immateriële schade kost. De zaak zelf loopt dan al sinds 2016.

En nu het ongemakkelijke deel

Deze uitspraak is de uitzondering. Kijk je naar de gewone zaken, dan zie je iets anders.

Naast artikel 8:42 staat namelijk artikel 8:31: als een partij niet meewerkt, kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen. Kan. Niet moet.

Wat dat in de praktijk betekent, lees je in de samenvattingen die rechters zelf schrijven:

  • Gerechtshof Den Haag, 25 september 2025 — “schending art. 8:42 Awb gepasseerd met toepassing art. 8:31 Awb, belanghebbende niet in haar belangen geschaad”. De schending staat vast. Er gebeurt niets mee. (ECLI:NL:GHDHA:2025:2576)
  • Gerechtshof Den Haag, 22 januari 2026 — schending van 8:42 omdat een iWOZ-rapport dat de heffingsambtenaar had, niet is overgelegd. Het hof stelt de waarde vervolgens zelf vast “in goede justitie”. (ECLI:NL:GHDHA:2026:415)
  • Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 6 mei 2026 — een belanghebbende vroeg via een voorlopige voorziening om de inspecteur op te dragen álle stukken te overleggen. Dat lukte niet: die vraag hoort thuis in de hoofdprocedure. (ECLI:NL:GHSHE:2026:1165)

Zo ziet het systeem er van onderaf uit. Je moet zelf aantonen dat er stukken bestaan die je nooit hebt gezien. Lukt dat, dan is de sanctie een bevoegdheid van de rechter, geen recht van jou. En loopt het echt uit de hand, dan duurt het tien jaar en een Woo-procedure voordat iemand het hardop “in vergaande mate onzorgvuldig” noemt.

Wat de rechter hier wél en niet over zegt

Eerlijk blijven: uit deze uitspraken volgt niet dat er stelselmatig documenten worden weggehouden. Een rechter oordeelt over één dossier, niet over een organisatie. In verreweg de meeste zaken hierboven gaat het over WOZ-kaarten en taxatiematrixen, niet over doofpotten.

Wat er wél staat, is concreet genoeg. Een inspecteur heeft in twee instanties volgehouden dat hij stukken niet had, terwijl hij ze had. Dat kwam niet aan het licht doordat het systeem zichzelf corrigeerde, maar doordat één burger een tweede procedure begon en volhield. En de sanctie op het niet-overleggen van stukken is naar keuze van de rechter.

Over wie de opdracht bepaalt voor extern onderzoek naar dit soort zaken, gaan deze uitspraken niet. Daar gaat de politiek over.

Wat je zelf kunt doen

  • Vraag expliciet om artikel 8:42. Zet in je beroepschrift dat je alle op de zaak betrekking hebbende stukken opeist, en benoem welke stukken je mist en waarom ze relevant zijn. Een algemene vraag levert een algemeen antwoord op.
  • Een ontkenning is niet het eindstation. In de zaak bij de Hoge Raad hielp een Woo-verzoek waar de belastingprocedure vastliep. Twee sporen tegelijk is meer werk, maar het is wat hier verschil maakte.
  • Vraag de rechter om gevolgen te verbinden aan de schending. Artikel 8:31 werkt niet vanzelf. Zeg wat je wilt: bewijs buiten beschouwing laten, of de feiten in jouw voordeel vaststellen.
  • Let op de geheimhoudingsroute. Levert het bestuursorgaan stukken alleen vertrouwelijk aan (artikel 8:29 Awb), dan beslist een aparte kamer of dat mag. Daar kun je verweer op voeren.
  • Houd de tijd bij. Duurt je zaak te lang, dan heb je recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Vraag erom, ook als je de hoofdzaak verliest.

De zaken uit dit stuk

ECLI:NL:HR:2026:571 — Hoge Raad, 10-04-2026

Formeel recht; art. 8:42, lid 1, Awb; op de zaak betrekking hebbende stukken; in feitelijke instanties gevraagde maar niet-overgelegde stukken waarvan in de cassatiefase wordt erkend dat deze de inspecteur ter beschikking hebben gestaan.

gegrondvernietigd€ 15.000 proceskosten

ECLI:NL:GHDHA:2026:415 — Gerechtshof Den Haag, 22-01-2026

Art. 8:31 en 8:42 Awb. Schending van artikel 8:42 Awb, nu een de heffingsambtenaar ter beschikking staand iWOZ-rapport niet is overgelegd. Het hof stelt de waarde in goede justitie vast.

schending vastgesteld

ECLI:NL:GHDHA:2025:2576 — Gerechtshof Den Haag, 25-09-2025

Art. 17 Wet WOZ, art. 8:31, 8:42, 8:58 en 8:69 Awb. iWOZ-kaarten, schending art. 8:42 Awb gepasseerd met toepassing art. 8:31 Awb, belanghebbende niet in haar belangen geschaad.

schending zonder gevolg

ECLI:NL:GHSHE:2026:1165 — Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 06-05-2026

Voorlopige voorziening. Belanghebbende heeft verzocht om bij voorlopige voorziening de inspecteur op te dragen in de hoofdprocedure alle op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen.

afgewezen

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Loopt er een procedure waarin je stukken mist, leg dat dan voor aan een fiscaal advocaat — het opeisen van stukken luistert nauw en moet op tijd gebeuren.