Stap jij als burger naar de hoogste bestuursrechter, dan win je ongeveer één op de vijf keer. Doet de overheid dat, dan wint zij drie op de vijf keer. Wij telden alle 10.922 hoger beroepen bij de Raad van State sinds 2023 waarvan we konden vaststellen wie ze aanspande. Er kwam nog iets anders uit: driekwart van alle keren dat de staat zelf doorprocedeert, gaat het over asiel.
De aanleiding was een simpele vraag: procedeert de overheid altijd door tot de hoogste instantie, omdat ze het toch kan betalen? Of legt ze zich ook weleens neer bij een uitspraak?
Dat is te tellen. In onze database staan alle gepubliceerde uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State — de hoogste rechter voor bijna al het bestuursrecht. En de Afdeling zet in de kop van elke uitspraak netjes wie het hoger beroep instelde.
Nee, de overheid procedeert niet altijd door
Van de 10.922 hoger beroepen die we konden toewijzen, kwamen er 9.610 van een burger of bedrijf en 1.312 van een bestuursorgaan. De overheid is dus de aanvrager in ongeveer twaalf procent van de zaken.
Dat is niet gek. Het besluit komt van de overheid; verliest de burger bij de rechtbank, dan is hij degene die verder wil. De overheid heeft in de meeste zaken al gekregen wat ze wilde.
Maar dat maakt de volgende cijfers juist interessanter.
Wie doorzet, en wat het oplevert
| Wie stelt hoger beroep in | Zaken | Wint |
|---|---|---|
| Burger — vreemdelingenrecht | 5.321 | 17,5% |
| Burger — overig bestuursrecht | 4.289 | 23,1% |
| Overheid — vreemdelingenrecht | 984 | 61,5% |
| Overheid — overig bestuursrecht | 328 | 62,2% |
Een burger die doorprocedeert krijgt in ongeveer één op de vijf zaken gelijk. Een bestuursorgaan in drie op de vijf. Bijna drie keer zo vaak.
En let op die laatste twee regels: 61,5 procent tegenover 62,2 procent. Het maakt niet uit of het over asiel gaat of over een bouwvergunning — de overheid wint even vaak. Het ligt dus niet aan het rechtsgebied.
Wat dat verschil waarschijnlijk verklaart
De eerlijke uitleg is niet dat rechters de overheid voortrekken. Het is dat er verschillend wordt geselecteerd.
Een bestuursorgaan heeft juristen in dienst die per zaak inschatten of hoger beroep kans maakt. Blijkt die kans klein, dan gaat de zaak niet door — dat kost alleen maar geld en een precedent dat je niet wilt. Wat overblijft is een geselecteerd clubje sterke zaken. Vandaar 62 procent.
Een burger maakt die afweging niet. Voor hem gaat het over zijn verblijfsvergunning, zijn uitkering, zijn huis. Je gaat door omdat het je leven is, niet omdat de kansberekening gunstig uitvalt. Vandaar 20 procent.
Dat is geen samenzwering. Het is wel een structureel voordeel, en het staat in de cijfers.
Driekwart van de staatsberoepen gaat over asiel
Dit is het cijfer waar we niet naar op zoek waren. Van de 1.312 hoger beroepen die een bestuursorgaan instelde, zijn er 984 vreemdelingenzaken — driekwart.
Bekijk je de meest recente daarvan, dan zie je steeds hetzelfde: de minister van Asiel en Migratie tegen de uitspraak van een rechtbank die een asielzoeker gelijk gaf. Een verblijfsdocument dat wel moest worden afgegeven, een aanvraag die wel in behandeling moest worden genomen, een afwijzing die niet deugde.
De burger heeft dan bij de rechtbank gewonnen. En daarna begint het opnieuw, bij de Afdeling, waar het bestuursorgaan in zes van de tien keer alsnog gelijk krijgt.
Voor iemand die op een beslissing over zijn asielaanvraag wacht, betekent dat: gewonnen bij de rechtbank is niet gewonnen. Er kan nog een jaar procedure achteraan komen, met een kans van 60 procent dat de overwinning alsnog wordt teruggedraaid.
Legt de overheid zich dan nooit neer?
Jawel, maar hoe vaak weten we niet — en dat is een grens van dit onderzoek die we niet willen verdoezelen.
Berust een bestuursorgaan in een uitspraak, dan is er geen procedure, dus geen uitspraak, dus geen ECLI. Die zaken bestaan niet in onze database. Een uitsprakenverzameling kan alleen tellen wat is doorgezet, nooit wat is losgelaten.
Er is één spoor dat wel zichtbaar blijft. Trekt een partij haar hoger beroep in, dan kan de wederpartij op grond van artikel 8:75a van de Awb alsnog om een proceskostenvergoeding vragen. Bij de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep vonden we sinds 2023 ongeveer 150 van dat soort zaken waarin de intrekking bij een bestuursorgaan lijkt te liggen. Naast ruim tweeduizend doorgezette overheidsberoepen bij diezelfde twee colleges.
Intrekken gebeurt dus. Zeldzaam.
Hoe we dit geteld hebben
Wie zulke cijfers publiceert, hoort erbij te zetten hoe ze tot stand komen — zeker als het de eerste keer is dat iemand ze zo naast elkaar zet.
- Bron: alle gepubliceerde uitspraken van de Raad van State vanaf 1 januari 2023 in onze eigen kopie van rechtspraak.nl.
- Indiener: de Afdeling schrijft in de kop “Uitspraak op het hoger beroep van: X, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank …”. Wij lezen X uit en bepalen of dat een bestuursorgaan is of niet. Een steekproef hierop klopte in alle gevallen.
- Niet meegeteld: 7.965 uitspraken waarin die zin ontbreekt of anders loopt — voorlopige voorzieningen, wrakingen, verzoeken om schadevergoeding. Die vallen buiten de telling, niet in een van beide kampen.
- Winnen betekent hier: het dictum bevat “vernietigt” of “gegrond”. Dat dekt de lading goed, maar niet perfect: een gedeeltelijke overwinning telt mee als winst.
- Eén rechter. Dit gaat over de Raad van State. Voor de Centrale Raad van Beroep, de Hoge Raad en het College van Beroep voor het bedrijfsleven hebben we geen meting die we hard genoeg vinden om te publiceren — hun uitspraken zijn anders opgebouwd, en een eerste poging leverde cijfers op die bij controle niet standhielden. Die komen pas als ze kloppen.
Meer over hoe wij meten en wat er misgaat staat op zo meten wij.
Wat je hieraan hebt
- Winnen bij de rechtbank is geen eindpunt. Zeker in het vreemdelingenrecht: houd rekening met hoger beroep van de minister en vraag je advocaat wat dat betekent voor je termijnen.
- Vraag waarom. Stelt een bestuursorgaan hoger beroep in, dan moet het gronden aanvoeren. Lees die precies: daar staat waar het volgens hen misging, en dat is waarop jij moet reageren.
- Kansberekening is niet hetzelfde als gelijk hebben. Die 20 procent zegt iets over wie er doorprocedeert, niet over wie er gelijk had.
- Proceskosten bij intrekking. Trekt de wederpartij het hoger beroep in, vraag dan om een proceskostenvergoeding via artikel 8:75a Awb. Dat gaat niet vanzelf; je moet het verzoeken.
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. De cijfers gaan over gepubliceerde uitspraken van de Raad van State en zeggen niets over de kansen in jouw specifieke zaak.
