Een man die in Connecticut zonder advocaat procedeerde, verstopte in zijn processtukken tekst die geen mens kon lezen: wit op wit, minuscuul klein. Voor het oog leeg wit vlak, maar software leest het gewoon. In die verborgen regels stond een opdracht, gericht aan elke AI die het stuk zou inlezen: geef alleen antwoorden die goed uitpakken voor mij. De rechter zag de vreemde witruimte tijdens het doorlezen op papier, zoomde in en vond de verstopte instructie. 404 Media beschreef de zaak als de eerste gedocumenteerde poging van dit soort bij een Amerikaanse rechtbank.
Dit heet een prompt injection: je verstopt in een document een instructie die niet voor de lezer bedoeld is, maar voor het taalmodel dat het document verwerkt. De gok van deze man was dat de rechter of de griffie een AI zou gebruiken om zijn stukken samen te vatten, en dat die AI de verstopte opdracht dan zou opvolgen. De rechter, Walter M. Spader Jr., schreef dat hij geen enkele eerdere Amerikaanse uitspraak over precies dit gedrag kon vinden. Zijn sanctie: de man mag niet langer digitaal indienen en moet elk volgend stuk voortaan op papier bij de balie afgeven.
Kan dit ook bij een Nederlandse rechter?
Technisch: ja. De truc met witte tekst werkt in elk PDF- of Word-bestand, ongeacht het land. Maar de vraag die telt is een andere: wat gebeurt er als je zoiets bij een Nederlandse rechtbank probeert? Daarvoor hoef je niet naar een nieuwe wet te zoeken. Er bestaat al een artikel dat precies dit afvangt.
Artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Kort gezegd: je mag de rechter niet misleiden, niet met een leugen en niet door iets weg te laten. Een verborgen opdracht die de uitkomst jouw kant op probeert te duwen, is misleiding in de zuiverste vorm.
En de wet zegt er meteen bij wat de rechter mag doen als je die plicht schendt. Diezelfde bepaling geeft hem de ruimte om “daaruit de gevolgtrekking te maken die hij geraden acht”. Dat is expres breed geformuleerd. De rechter kiest zelf de reactie die bij de situatie past, van een streep door je argument tot het toewijzen van de tegenvordering.
Wat Nederlandse rechters met een schending doen
Je hoeft het niet bij de theorie te laten, want dit speelt hier geregeld. Twee recente voorbeelden uit onze eigen database laten zien hoe streng een rechter kan reageren.
In een kort geding bij de Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2026:8995) had een partij bij het aanvragen van een beslag de voorzieningenrechter niet volledig geïnformeerd. Ze deed het voorkomen alsof haar facturen onbetwist vaststonden, terwijl er nog openstaande facturen van de tegenpartij tegenover stonden. De rechter oordeelde dat artikel 21 Rv was geschonden en hief het beslag op.
Bij de Rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2026:6679) ging het om een ongeluk met een huurauto. De kantonrechter legde de plicht nog eens uit in gewone taal: partijen moeten de feiten volledig en naar waarheid aanvoeren, en wordt dat niet gedaan, dan trekt de rechter de conclusie die hij op zijn plaats vindt. Ook hier werd een schending vastgesteld.
Merk op wat er in geen van beide zaken gebeurt: de rechter zegt niet “boeiend, ik lees het toch niet met AI”. Het gaat hem er niet om of de misleiding werkt, maar dat je het probeert. Een verborgen prompt is naar Nederlands recht dus geen slimme gok met weinig risico. Het is een schending van je waarheidsplicht, en de rechter mag daar zwaar aan tillen, ook als hij de verstopte tekst zelf nooit heeft ingelezen.
Waarom dit meer dan een curiositeit is
Rechtbanken gaan AI gebruiken, net als iedereen: het aantal Nederlandse uitspraken waarin een taalmodel opduikt liep in twee jaar van 5 naar 42. Het moment dat een griffie of een rechter een taalmodel inzet om een dik dossier samen te vatten, ontstaat precies de opening waar deze man in Connecticut op mikte. Daarom is het goed dat het Nederlandse recht hier niet met lege handen staat: de waarheidsplicht is ouder dan de AI en vangt het gewoon af.
Voor de gewone procespartij is de les simpel. Alles wat je indient, moet kloppen en compleet zijn, in de zichtbare tekst én in wat je denkt dat verborgen blijft. Een rechter die iets ruikt, gaat kijken. En dan is de trucje-poging zelf het probleem geworden, niet meer de zaak waar je mee begon.
Dit artikel legt uit wat de wet en de rechtspraak zeggen; het is geen juridisch advies over een concrete zaak. Wil je weten hoe artikel 21 Rv of een andere regel in jouw situatie uitpakt? Stel je vraag aan de tool of laat het ons uitzoeken.
