← Alle artikelen

Accell failliet: krijg je je Babboe-geld nog terug?

Bakfiets met lege bak geparkeerd aan een fietsenrek in een Nederlandse straat

Update 11 augustus 2026: het is geen surseance meer, Accell is failliet

De rechter heeft Accell dinsdag failliet verklaard. Daarmee is de situatie die hieronder beschreven staat achterhaald op één beslissend punt: er is geen bewindvoerder meer die met het bedrijf meekijkt, er zijn curatoren die de boedel te gelde maken. De curatoren onderzoeken of onderdelen van Accell verkocht kunnen worden voor een doorstart, zoeken contact met de belangrijkste leveranciers en kijken of verkopen aan het dealernetwerk hervat kunnen worden.

Wat dat juridisch verandert voor bakfietsbezitters met een claim:

  • Snelheid helpt niet meer. Tijdens surseance kon het uitmaken of je vordering al liep. Nu telt alleen nog de rangorde in het faillissement. Vorderingen van consumenten zijn concurrent — ze komen na de boedelschulden, de fiscus en de banken met zekerheden. De kans dat daar iets uitkomt is in de meeste faillissementen klein.
  • Je vordering indienen doe je bij de curator, niet meer bij het bedrijf. Dat kost niets en het verjaart je aanspraak niet, dus doen. Bent u aangesloten bij Claimstichting Veilige Bakfiets, vraag daar dan na of zij namens de deelnemers indienen of dat u het zelf moet doen.
  • Een doorstart neemt de oude schulden niet mee. Als een koper de merken en de activiteiten overneemt, koopt hij de spullen en de naam — niet de claims. Een doorgestart Babboe is juridisch een andere partij dan het Babboe waar je je bakfiets van kocht.
  • De route via je verkoper blijft wél overeind. Dit is het punt dat we hieronder al maakten en dat nu belangrijker is dan ooit: je koopovereenkomst is met de winkel, niet met de fabrikant. Die winkel bestaat waarschijnlijk nog. Een beroep op non-conformiteit richt je dus tot de dealer, en die kan zijn eigen verlies vervolgens bij de curator neerleggen.

Kort gezegd: het faillissement maakt de weg naar Accell zelf vrijwel dood en de weg naar je eigen verkoper des te belangrijker. Bron van de update: NOS, op basis van het persbericht van de curatoren.


Hieronder staat het oorspronkelijke artikel van 8 augustus 2026, geschreven toen er nog sprake was van surseance van betaling.

Claimstichting Veilige Bakfiets had eigenlijk een paar weken willen wachten tot iedereen terug was van vakantie. Dat plan ging deze week van tafel. Nadat de rechter woensdag surseance van betaling verleende aan Accell — het moederbedrijf van Babboe, Batavus en Sparta — riep de stichting haar achterban meteen op om een volmacht af te geven. Zaterdag lagen er volgens voorzitter Esther van Garderen al meer dan 1200 binnen. Dat is geen toeval van timing: bij een dreigend faillissement verandert de juridische positie van een schadeclaim van dag tot dag.

Hieronder wat surseance juridisch doet, waarom een consumentenclaim in de rangorde vrijwel onderaan eindigt, en welke route voor de meeste gedupeerden méér kans maakt dan de claim tegen de fabrikant.

Surseance is geen faillissement, maar wel een pauzeknop

Uitstel van betaling is geregeld in titel II van de Faillissementswet (artikel 214 en verder). De rechtbank benoemt een bewindvoerder, en het bedrijf mag vanaf dat moment niets meer doen zonder diens medewerking. Voor schuldeisers is het belangrijkste gevolg dat zij hun vordering tijdelijk niet meer kunnen innen of verhalen.

Alleen geldt dat lang niet voor iedereen. Surseance werkt in beginsel uitsluitend tegen concurrente schuldeisers: partijen zonder voorrang en zonder zekerheid. Wie een pandrecht of hypotheek heeft — meestal de banken — kan gewoon doorgaan alsof er niets gebeurd is. De fiscus en het UWV hebben voorrang op grond van de wet. Een consument met een schadeclaim heeft geen van beide.

Praktisch betekent dat het volgende. Zolang de surseance loopt, kan de stichting geen betaling afdwingen. Wordt de surseance omgezet in een faillissement — statistisch de meest waarschijnlijke afloop — dan verandert het spel opnieuw, en dan gaat het niet meer om gelijk krijgen maar om plaats in de rij.

De rangorde: waar een schadeclaim van consumenten belandt

Bij een faillissement wordt de opbrengst van de boedel in een vaste volgorde verdeeld:

  1. Separatisten. Pand- en hypotheekhouders verhalen zich direct op hun zekerheid, buiten de verdeling om.
  2. Boedelschulden. Het salaris van de curator, huur en loon over de faillissementsperiode. Deze gaan van de top af.
  3. Preferente vorderingen. Belastingdienst, UWV, en enkele wettelijk bevoorrechte posten.
  4. Concurrente vorderingen. Leveranciers, obligatiehouders — en schadeclaims van consumenten.

Bij een industrieel bedrijf met bankfinanciering is punt 1 tot en met 3 zelden een klein bedrag. Wat daarna overblijft voor de vierde categorie, is bij Nederlandse faillissementen historisch vaak nul tot een paar procent van de vordering. Dat is geen pessimisme maar rekenwerk: de gemiddelde uitkering aan concurrente schuldeisers ligt structureel laag, en een claim van tienduizenden bakfietseigenaren maakt de taart niet groter, alleen het aantal punten waarover verdeeld wordt.

Daarom is de zet van de stichting — nu volmachten verzamelen en contact zoeken met de bewindvoerders — logischer dan hij op het eerste gezicht lijkt. Wie al vóór een eventueel faillissement als georganiseerde partij aan tafel zit, kan meepraten over een akkoord. Wie pas na de faillietverklaring komt aankloppen, dient een vordering ter verificatie in en wacht af.

De route die de meeste gedupeerden over het hoofd zien

Hier zit het punt dat in de berichtgeving vrijwel altijd ontbreekt. De aandacht gaat naar Babboe en Accell, maar dat is voor de meeste kopers niet de partij met wie zij een overeenkomst hebben. Wie zijn bakfiets bij een fietsenwinkel of webshop kocht, heeft een koopovereenkomst met díé verkoper.

Artikel 7:17 BW zegt dat een gekocht product moet beantwoorden aan de overeenkomst. Een bakfiets waarvan de fabrikant zelf de verkoop staakt en die wordt teruggeroepen omdat het frame kan breken, doet dat niet. De verkoper kan zich er niet achter verschuilen dat de fabrikant is omgevallen: zijn verplichting tegenover u volgt uit de koop, niet uit de keten daarachter. Reparatie, vervanging of ontbinding met terugbetaling loopt dus via de winkel waar u kocht — en die winkel bestaat in de meeste gevallen nog gewoon.

Daarnaast is er productaansprakelijkheid (artikel 6:185 BW). Die richt zich op de producent, en dat is precies de partij die nu wankelt. Wel geldt daar een franchise van € 500 voor zaakschade (artikel 6:190 BW), waardoor die grondslag voor een gemiddelde bakfietsclaim toch al vaak buiten bereik lag. Voor letselschade ligt dat anders, en dat is ook de categorie waarin een aansprakelijkheidsverzekering van de producent daadwerkelijk kan uitkeren — een polis is geen boedelbestanddeel dat onder alle schuldeisers verdeeld wordt, maar een directe dekking voor de schade waarvoor hij is afgesloten.

Wat u nu concreet kunt doen

  1. Leg vast wat u heeft. Aankoopbewijs, framenummer, model, datum, de terugroepbrief, foto’s van het defect en alle correspondentie. Zonder aankoopbewijs is elke route hieronder een stuk zwaarder.
  2. Stel de verkoper schriftelijk in gebreke. Noem het product, het gebrek, wat u wilt (herstel, vervanging of ontbinding) en een redelijke termijn. Deze brief hoort bij de winkel te liggen, niet bij de curator.
  3. Geef de volmacht af als u meedoet met de collectieve actie. Een claimstichting kan onder de WAMCA namens een groep procederen, maar heeft aantoonbaar mandaat nodig — daarom die volmachten. Lees wel wat de stichting bij een eventuele opbrengst inhoudt; die percentages verschillen sterk, zoals we ook zagen bij collectieve claims na een datalek.
  4. Meld u bij een faillissement als schuldeiser aan. Dat gaat via de curator, wiens gegevens in het Centraal Insolventieregister staan. Het kost weinig moeite en het is de enige manier om überhaupt in de verdeling mee te tellen.
  5. Reken niet op één route. De contractuele claim bij de verkoper en de collectieve claim tegen de producent sluiten elkaar niet uit; ze lopen alleen tegen verschillende partijen. Wat u van de een krijgt, wordt bij de ander verrekend.

De gouden regel bij een wankelend bedrijf

Zoek de partij die morgen nog bestaat. Bij een faillissement is gelijk hebben goedkoop en verhaal duur, en de sterkste positie is bijna nooit de meest voor de hand liggende. Datzelfde principe komt terug bij consumentenrechten bij online aankopen en bij incasso van openstaande vorderingen: de vraag is niet wie schuld heeft, maar bij wie nog iets te halen valt.

Dit artikel is algemene uitleg over de werking van surseance, rangorde en consumentenrecht, geen juridisch advies over uw eigen zaak. Bron: RTV Utrecht.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen