Home

Crisp investering: 5 miljoen terug, hoe snel?

Crisp investering: rechtbank Amsterdam beveelt terugbetaling van 5 miljoen, maar na de banken. Check met 6 vragen of jouw contract lijkt op dit vonnis.

Naar de vergelijker

Door Redactie AI Rechtshulp ·

Illustratie: ondernemers bespreken een stapel leningdocumenten in een rechtbankgang
€ 5 mlnlening die Crisp moet terugbetalen, met inachtneming van de achterstelling op banken
€ 1,8 mlntekort in het werkkapitaal waarover Crisp de investeerders vooraf niet concreet informeerde
6%contractuele rente per jaar; de wettelijke handelsrente werd afgewezen

De rechtbank Amsterdam vond niet bewezen dat Crisp bedrog pleegde, en toch moet de online supermarkt een lening van 5 miljoen euro terugbetalen. Dat staat in het vonnis van 28 oktober 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:10572). Wie de Crisp investering leest als “de rechter draait het terug”, leest het verkeerd: de rechtbank hield het contract overeind en liet Crisp betalen op grond van een garantie die Crisp zelf schond.

Zo liep de zaak · rechtbank Amsterdam
  1. 30 sept 2024Laatste handtekening onder de converteerbare lening van 5 miljoen euro
  2. 4 juni 2026Mondelinge behandeling
  3. 28 okt 2026Vonnis: geen vernietiging, wel opeising wegens schending artikel 5.2

Waarom de Crisp investering toch wordt terugbetaald

De investeerders gaven eind september 2024 een converteerbare lening van 5 miljoen euro. Die zou tussen 30 september en 14 oktober 2024 in aandelen omgezet worden. Crisp wist bij het sluiten van het contract van een tekort in het werkkapitaal van 1,8 miljoen euro ten opzichte van het plan, en dat had ze de investeerders niet concreet verteld (rov. 4.7). De rechtbank: “Naar het oordeel van de rechtbank heeft Crisp dus een te positief beeld geschetst van haar financiële situatie” (rov. 4.8).

Maar vernietigen wegens dwaling kon niet. In artikel 17 van de overeenkomst hadden partijen die mogelijkheid uitgesloten, en de rechtbank vond de verwijten onvoldoende om dat artikel opzij te zetten. Voor bedrog “hebben Investeerders mede gelet op de betwisting door Crisp te weinig gesteld” (rov. 4.11).

Vier vorderingen, twee uitkomsten · vonnis 28 oktober 2026
Afgewezen

Vernietiging of wijziging wegens dwaling en bedrog (rov. 4.10 en 4.11). Ook de wettelijke handelsrente.

Toegewezen

Opeisingsgrond wegens schending van artikel 5.2, en terugbetaling van 5 miljoen euro (rov. 4.19 en 5.2).

Eén aanbod was geen schending, de L-shares wel

Het contract zei kort gezegd: geen betere voorwaarden voor anderen, tenzij de investeerders dezelfde krijgen (artikelen 3.9 en 5.2). Het aanbod van een 4x liquidatiepreferentie voor extra investeringen telde niet als schending, want Crisp “heeft die mogelijkheid óók aan Investeerders geboden” (rov. 4.15). Dat de investeerders er geen gebruik van maakten, veranderde daar niets aan.

De L-shares wel. Daarmee kregen oudere investeringen van andere aandeelhouders dezelfde preferentie als de nieuwe Pref D-aandelen. Wie zulke oudere investeringen niet had, kon dat voordeel nooit krijgen. Daarom: “een materiële schending van artikel 5.2 CLA en daarmee een opeisingsgrond” (rov. 4.19).

Zo woog de rechtbank de twee voordelen
4x liquidatiepreferentieOok aan de investeerders aangeboden. Geen schending (rov. 4.15).
L-sharesOude investeringen kregen gelijke rechten als Pref D. Investeerders hadden die niet. Wel schending (rov. 4.16 en 4.19).

Opeisbaar is niet hetzelfde als uitbetaald

De kop “investering teruggedraaid” belooft meer dan het vonnis geeft. De rechtbank veroordeelt Crisp tot betaling van 5 miljoen euro “met inachtneming van artikel 6.4 CLA” (dictum 5.2). Die bepaling zet de lening achter op bedragen die Crisp aan haar banken verschuldigd is. In rov. 4.26: terugbetaling kan “pas … plaatsvinden nadat alle bedragen die op dat moment verschuldigd en opeisbaar zijn aan enige bank van Crisp” zijn terugbetaald.

Dat is ons oordeel over de kop: wie alleen “5 miljoen terug” onthoudt, mist de volgorde van betalen. De investeerders staan volgens het vonnis achter de banken. Rente is er wel, maar alleen de contractuele 6 procent per jaar; de gevorderde wettelijke handelsrente werd afgewezen (rov. 4.27).

Bedragen die Crisp bovenop de lening moet betalen (dictum)
€ 28.355,41Beslagkosten
€ 6.775,00Buitengerechtelijke kosten
€ 17.427,40Proceskosten in conventie
Betaalvolgorde volgens rov. 4.26 en dictum 5.2
1. Banken enventure-debtfinanciering2. Lening investeerders€ 5.000.000 + 6% rente

Past jouw contract bij dit vonnis? Zes vragen

Dit vonnis gaat over de tekst van één contract. Beantwoord de zes vragen hieronder over het jouwe en je ziet per punt wat de rechtbank bij Crisp deed. De check telt alleen overeenkomsten in bouwstenen. Hij zegt niets over wie in jouw zaak gelijk krijgt.

Crisp-vergelijker · rekent in je browser

Eén vonnis in eerste aanleg bepaalt jouw zaak niet

Het gaat om een vonnis van de rechtbank Amsterdam tussen professionele partijen, op de tekst van één overeenkomst. De rechtbank zelf benadrukt dat de partijen zich juridisch lieten bijstaan (rov. 4.22). Of een van hen in hoger beroep gaat, stond niet in de bronnen die we lazen.

Voordat je dit vonnis als argument gebruikt, lees je de uitspraak zelf op Rechtspraak.nl en vergelijk je de clausules woord voor woord met je eigen contract. Hoe zo'n ECLI-nummer werkt en hoe je jurisprudentie zoekt, leggen we elders uit. Of AI jurisprudentie betrouwbaar vindt hangt af van precies zulke controles. Meer uitspraken lezen kan met ai rechtshulp.

Pas een tweede uitspraak over een gelijke-behandelingsclausule bij een converteerbare lening laat zien of de redenering over de L-shares een patroon is of een enkele uitleg van dit contract. De bron van het nieuws is het bericht van de Rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2026.

Kosten die Crisp betaalt bovenop de lening (dictum)
Beslagkosten€ 28.355,41Proceskosten€ 17.427,40Buitengerechtelijk€ 6.775,00

Ligt er bij jou ook een contract met een gelijke-behandelingsclausule?

Het Crisp-vonnis draait om artikel 5.2 en artikel 17. Loop je eigen clausules langs.

Naar de vergelijker