Je maakt de blauwe envelop open en er staat een rendement in dat je nooit hebt gehaald. Op je beleggingen rekent de Belastingdienst met 5,88 procent; de AEX deed vorig jaar zo’n 8 procent, maar jouw portefeuille deed dat niet. De troost was dat het vanaf 2028 over je werkelijke rendement zou gaan. Die datum is deze week stilletjes opzijgeschoven.
Coalitiepartijen VVD, D66 en CDA komen er niet uit over box 3 en willen het wetsvoorstel dat al in de Eerste Kamer ligt vooruitschuiven, blijkt uit de uitgelekte Prinsjesdagstukken die de NOS inzag. Loopt de wet vertraging op, dan wordt 2028 vrijwel zeker niet gehaald en blijft het huidige stelsel met het fictieve rendement gewoon staan. In de stukken staat dat de schatkist daardoor ruim 2 miljard euro per jaar minder binnenkrijgt dan gepland. Wie dat bedrag precies heeft geteld, staat er niet bij, en dat is bij een raming van deze omvang geen detail.
Wie wint er bij een fictief rendement?
Het huidige stelsel rekent met een verondersteld rendement: 1,37 procent op spaargeld, 5,88 procent op beleggingen, en daarover betaal je 36 procent belasting boven 57.684 euro voor een alleenstaande en 115.368 euro voor een koppel. Wie met zijn beleggingen structureel boven die 5,88 procent uitkomt, betaalt dus over minder dan hij verdient. Dat is geen ideologisch punt maar rekenkunde. Uitstel is daarmee geen neutrale pauzeknop: het is een jaar langer een stelsel dat de beste rendementen het minst raakt.
De regeling werkt namelijk maar één kant op. Wie minder haalt dan het forfait, kan sinds dit jaar bij de aangifte zijn werkelijke rendement doorgeven en betaalt dan minder. Wie méér haalt, hoeft niets bij te betalen: de Belastingdienst blijft dan uitgaan van het lagere fictieve rendement. Doorgeven kost je dus nooit iets, en dat is precies waarom de scheefheid aan de bovenkant blijft zitten.
De echte deadline ligt bij de Belastingdienst, niet in de Kamer
Hier wordt het interessant voor wie naar uitvoering kijkt in plaats van naar debatten. De coalitie wil nu in één keer door naar een volledige vermogenswinstbelasting: je betaalt pas als je verkoopt. Dat klinkt eenvoudiger dan jaarlijks afrekenen over papieren winst. Alleen kan die variant volgens ambtenaren van Financiën onder meer vanwege de beperkte ict-capaciteit bij de Belastingdienst pas in 2032 worden ingevoerd, en kost hij de schatkist in totaal 22 miljard euro minder dan gepland.
Vier jaar extra en een gat van 22 miljard: dat is geen politieke keuze meer, dat is een systeemplanning die de wet dicteert. De Kamer discussieert over rechtvaardigheid, de agenda wordt bepaald door wat een uitvoeringsorganisatie in code kan zetten. Wij vinden dat de volgorde omgedraaid hoort: een stelsel dat pas over zes jaar draait, is geen alternatief maar een uitstelgrond met een net jasje. Dat de uitvoerbaarheid pas ná het politieke akkoord in beeld komt, is precies het patroon dat ook in de hersteloperatie toeslagen zo duur uitpakte.
Betalen over winst die nog in je aandelen zit is een echt bezwaar
Eerlijk is eerlijk: wie zoals wij zegt dat de vermogensaanwasbelasting gewoon door had gemoeten, loopt om een reëel probleem heen. In dat systeem betaal je elk jaar over rendement dat nog vastzit in aandelen. Bij een goed jaar gevolgd door een slecht jaar heb je belasting betaald over geld dat je nooit in handen kreeg. Dat is geen gelegenheidsargument van beleggerslobby’s, dat is de zwakke plek van het voorstel, en die is nooit netjes opgelost. De tegenstanders hebben hun eigen zwakte trouwens ook: bij afrekenen-bij-verkoop kun je verkoop eindeloos uitstellen, en dan komt de heffing er praktisch nooit.
Leg je rendementscijfers van 2026 nu al opzij
Eén ding is los van de politieke uitkomst nuttig. Blijft het oude stelsel staan, dan blijft de mogelijkheid om je werkelijke rendement door te geven het enige dat je zelf in de hand hebt, en dat werkt alleen met bewijs. Zoek vanavond de jaaroverzichten van je bank en je broker over 2026 op en zet ze in één map, samen met dividendnota’s en de WOZ-beschikking van verhuurd vastgoed. Wie dat pas in het aangifteseizoen doet, loopt het risico de nota’s te missen van rekeningen die tussentijds zijn opgeheven.
Op Prinsjesdag blijkt of dit uitstel of afstel is
Over twee weken liggen de stukken officieel op tafel. Eén vraag telt daarbij: staat er een invoeringsjaar in, of alleen de belofte van een nieuw stelsel in overleg met vakbonden en werkgevers. Ontbreekt dat jaartal, dan is het huidige forfait geen tussenoplossing meer maar het stelsel waarmee we tot in de jaren dertig rekenen. En dan verschuift de vraag van de politiek naar de rechter, want een burger die het niet eens is met de overheid heeft dan opnieuw alleen die weg over.
De rechtspraak die aan dit wetsvoorstel voorafging, staat in de spaartaks-uitspraken/”>spaartaks-uitspraken.
