Een explainer van Omroep Brabant over wat je mag doen tegen een inbreker gaat deze week rond op X — niet vanwege de uitleg, maar vanwege de woede eronder. “Hoe bescherm je de inbreker”, kopt de post die hem deelt. In de reacties, honderden inmiddels, klinkt steeds hetzelfde: dat iemand die ’s nachts in je huis staat tóch al de aanvaller is, en dat de wet de verkeerde beschermt. Eén reactie vat het samen: “Het feit dat ie in je huis is, is al een aanval!”
Die boosheid is begrijpelijk. Maar wat je als bewoner wél mag, is meer dan de meeste boze reacties denken — en de grens ligt ergens anders dan de video-kop doet vermoeden.
Hoe de lijn ontstond
Je mag een inbreker zelf aanhouden — dat staat gewoon in de wet
Het burgerarrest bestaat echt, en niet als gedoogconstructie maar als wetsartikel. Artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering opent zo:
“In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit is een ieder bevoegd de verdachte aan te houden.”
“Een ieder” — dus ook jij. Betrap je een inbreker op heterdaad, dan mag je hem aanhouden en vasthouden tot de politie er is. En om die aanhouding voor elkaar te krijgen mag je dwang gebruiken: vastpakken, tegen de grond werken, in bedwang houden. Verzet de inbreker zich met geweld, dan kom je bovendien in het gebied van de noodweer terecht (daarover hieronder). Wat niet mag: méér geweld dan nodig is om iemand vast te houden. De Hoge Raad toetst burgerarresten op precies die twee vragen — was het nodig, en kon het minder ingrijpend? In de rechtspraak over artikel 53 heet dat proportionaliteit en subsidiariteit (zie bijvoorbeeld de conclusies ECLI:NL:PHR:2018:1135 en ECLI:NL:PHR:2018:1357, die het kader op een rij zetten).
En als hij op je afkomt: noodweer
Word je aangevallen — of je spullen worden aangerand — dan geldt artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht:
“Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.”
Let op dat woordje “goed”: noodweer geldt niet alleen voor je lijf maar ook voor je spullen. En de wet kent zelfs begrip voor doorschieten: wie door de schrik of woede van het moment te ver gaat, kan een beroep doen op noodweerexces — overschrijding van de grens is niet strafbaar als die het onmiddellijke gevolg was van de hevige gemoedsbeweging die de aanval veroorzaakte. De rechter rekent dus wel degelijk mee dat je om drie uur ’s nachts geen jurist bent.
Waar het misgaat
Het verschil dat in de reacties wegvalt: aanwezigheid is nog geen aanval. Iemand die in je schuur staat en wegrent als hij jou ziet, valt je niet aan — die mag je aanhouden en vasthouden, maar niet alsnog neerslaan omdat het een inbreker is. Wie een vluchtende of al overmeesterde inbreker in elkaar slaat, pleegt zelf mishandeling en verandert in één klap van slachtoffer in verdachte. Dat is geen bescherming van de inbreker; dat is dezelfde regel die jou beschermt tegen de buurman die vindt dat jij verdacht doet.
En over de populairste grap onder de video — “welke inbreker? Camerabeelden gewist, niks gebeurd” — kunnen we kort zijn: dat heet het wegmaken van bewijs in je eigen strafzaak, en rechters lezen X ook.
Wat rechters er echt over besloten
Dit is geen theorie — we hebben de rechtspraak erop nagezocht, en twee recente zaken laten precies zien waar de lijn loopt.
Vasttapen mocht. Het geweld erbovenop niet. In een Gelderse zaak van juli 2025 hielden burgers iemand aan en tapten hem vast tot de politie kwam. De rechtbank sprak ze vrij van wederrechtelijke vrijheidsberoving: dit wás een burgeraanhouding volgens artikel 53, en daarbij was “de toepassing van enig geweld en het vast tapen gerechtvaardigd”. Maar voor wat er daarbovenop gebeurde ging de verdachte alsnog nat: een poging tot zware mishandeling leverde drie maanden voorwaardelijk plus 180 uur taakstraf op, en het beroep op noodweer werd afgewezen omdat er op dat moment geen aanval meer was (ECLI:NL:RBGEL:2025:5633). Vasthouden mag dus stevig zijn — het afstraffen erna is waar de strafbaarheid begint.
Verzet tegen een burgerarrest is geen noodweer. De Hoge Raad boog zich in oktober 2025 over de spiegelbeeldsituatie: iemand die tijdens een burgeraanhouding een omstander in de duim beet en claimde dat hij zichzelf verdedigde tegen het vastpakken. Dat ging niet op. De aanhouding was legitiem — bij heterdaad mag een burger aanhouden — en wie zich verzet tegen een rechtmatig burgerarrest verdedigt zich niet tegen een “wederrechtelijke aanranding”, dus faalt het beroep op noodweer (ECLI:NL:HR:2025:1446). Goed nieuws voor wie een inbreker in bedwang houdt: de wet staat aan jouw kant, niet aan de zijne.
Wat je dus onthoudt
Aanhouden mag altijd bij heterdaad, met de dwang die daarvoor nodig is. Verdedigen mag zodra jij of je gezin wordt aangevallen, proportioneel — en schiet je in paniek door, dan bestaat daar een aparte regeling voor. Afstraffen mag nooit: dat is het moment waarop jij het strafbare feit pleegt. Wil je voor jouw situatie precies weten hoe dit zit, met de wetsartikelen en uitspraken erbij om zelf na te lezen? Stel je vraag in de juridische chat — de eerste vijf vragen per maand zijn gratis.
Ook de vraag mag je pepperspray bij je hebben gaat over de grens van zelfverdediging; de wapenwet trekt die grens strak.
