---
title: "Sony: je koopt geen game, je huurt"
date: 2026-08-31
author: "Redactie AI Rechtshulp"
featured_image: "https://ai-rechtshulp.nl/wp-content/uploads/2026/08/sony-digitaal-gamebezit-licentie-class-action.jpg"
categories:
  - name: "Nieuws"
    url: "/category/uncategorized.md"
---

# Sony: je koopt geen game, je huurt

Ergens in een woonkamer staat een plank met vijftien gamedoosjes. Op de bank zit iemand met tweehonderd titels in een digitale bibliotheek, en van die tweehonderd staat er geen enkele op een plank. De plank kun je erven, verkopen of uitlenen. De bibliotheek niet, en dat is geen technische beperking maar een juridische keuze die iemand voor je heeft gemaakt.

Sony heeft dat standpunt deze week expliciet verdedigd. In een voorgestelde class action in Californië stellen de advocaten van het bedrijf dat kopers het onderscheid tussen een licentie en volledige eigendomsrechten duidelijk begrijpen, [geeft Headliner weer](https://www.headliner.nl/artikelen/sony-verdedigt-standpunt-digitaal-gamebezit-class-action-rechtszaak-californie-130064). Aanleiding is dat de fysieke PlayStation-schijfjes hun einde naderen, waardoor de vraag wie de bibliotheek eigenlijk bezit voor het eerst iedereen raakt. De zaak draait om een Californische wet die digitale winkels verplicht om zichtbaar en prominent te melden wanneer een verkoop een licentie betreft. Sony’s verweer komt erop neer dat de mededeling overbodig is, omdat de koper het toch al weet.

## Het processtuk zelf hebben we niet gezien

Eerst de beperking, want die hoort erbij. Het processtuk van Sony is voor ons niet in te zien; we werken hier met een Nederlandse berichtgeving over een Amerikaanse indiening. De wetsnaam wordt niet genoemd, het dossiernummer evenmin, en er is geen citaat uit de originele stukken. Wat wél hard is: de kern van het verweer, en dat is ook precies het interessante deel. Een bedrijf dat zich beroept op wat de consument al weet, geeft daarmee toe dat het zelf niets heeft gezegd.

## “Dat weet iedereen toch” is geen mededeling

Een informatieplicht bestaat om een reden. De wetgever gaat er niet van uit dat de consument dom is, maar dat de aanbieder de informatie heeft en de consument niet. Wie een informatieplicht wegredeneert met de stelling dat de doelgroep het al begrijpt, maakt de plicht afhankelijk van het gemiddelde kennisniveau van zijn klanten — en dat is precies wat een wettelijke plicht juist wil uitsluiten.

Er komt een tweede probleem bij, en dat is het woord dat op de knop staat. Als een winkel “Kopen” op de knop zet en “Uw aankopen” boven de bibliotheek, dan is de mededeling die de klant krijgt dat hij koopt. De licentievoorwaarden staan daar niet naast maar eronder, in een document dat je pas ziet als je ernaar zoekt. Er zit dus een verschil tussen wat de gebruiker in de interface leest en wat er juridisch gebeurt, en dat verschil is door de aanbieder gemaakt.

Wij vinden daarom dat de Californische aanpak de juiste kant op wijst: verplicht het label op de plek waar de handeling plaatsvindt, niet in de voorwaarden. Dat is een oordeel over de regel, niet over de uitkomst van deze zaak — hoe een Californische rechter dit weegt, weten we niet en dat hangt af van feiten die wij niet hebben.

## De waarschuwing verandert geen enkele aankoop

En dan het ongemakkelijke deel. Wie pleit voor een prominente waarschuwing, gaat ervan uit dat die waarschuwing gedrag verandert. Daar is weinig reden voor. Cookiebanners, algemene voorwaarden en de bekende schuifjes hebben laten zien dat een mededeling op het aankoopmoment vooral wordt weggeklikt. Iemand die een game van zestig euro wil, koopt hem ook met een rood kadertje erboven waarin staat dat het een licentie is.

De winst van zo’n plicht zit daarom niet bij de individuele koper op het moment zelf, maar in wat er daarna mee kan. Als de aanbieder wettelijk moet zeggen “dit is een licentie”, dan staat dat vast op het moment dat een dienst stopt, een titel uit de winkel verdwijnt of een account wordt gesloten. Dan is het geen discussie meer over wat de klant dacht. Dat is een bescheidener claim dan “consumenten worden bewuster”, en het is de claim die standhoudt.

## De Nederlandse regeling zegt niets over het woord op de knop

Het Nederlandse recht kent sinds 2022 een eigen regeling voor digitale inhoud en digitale diensten: [titel 1aa van Boek 7 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&boek=7&titeldeel=1aa), de artikelen 7:50aa tot en met 7:50ap. Die titel is de omzetting van [Richtlijn (EU) 2019/770](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32019L0770). Ze legt vast wat de handelaar moet leveren, wat je mag verwachten aan updates en wat er geldt als de inhoud niet aan de overeenkomst voldoet. Wat er niet in staat is een voorschrift over het woord op de knop: de titel regelt de inhoud van de verbintenis, niet hoe die verbintenis in de winkel wordt aangekondigd. Californië probeert precies dat label wel te regelen.

Dat betekent niet dat een Nederlandse aanbieder vrij spel heeft, en die nuance hoort erbij. Bij overeenkomsten op afstand stelt [artikel 6:230v lid 3 BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&boek=6&titeldeel=5&afdeling=2B&paragraaf=5&artikel=230v) eisen aan de bestelknop: er moet ondubbelzinnig uit blijken dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting inhoudt, en de zinsnede “bestelling met betalingsverplichting” geldt als zo’n ondubbelzinnige verklaring. Komt een overeenkomst in strijd met dat lid tot stand, dan is ze vernietigbaar. Let op wat die bepaling regelt: dat je moet betálen, niet wat je ervoor terugkrijgt. Het woord “kopen” boven een licentie valt er niet onder.

De tweede route is [artikel 6:193d BW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&boek=6&titeldeel=3&afdeling=3A&artikel=193d) over de misleidende omissie: een handelspraktijk is misleidend als essentiële informatie wordt weggelaten die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Dat is de bepaling waar dit onder zou moeten vallen. Of het er ook onder valt, weten wij niet: dat vraagt om een rechter die oordeelt dat het onderscheid licentie-eigendom essentieel is voor die gemiddelde consument, en zo’n uitspraak hebben wij voor Nederland niet gevonden. Precies dat is het verschil met Californië, waar niet op een rechter gewacht hoeft te worden omdat het label gewoon in de wet staat.

Voor wie hier praktisch mee te maken heeft: bewaar de aankoopbevestiging per e-mail van digitale aankopen die er voor jou toe doen. In een geschil over een licentie is die mail vaak het enige bewijs buiten het account om dat je hebt betaald en wat je hebt betaald. Kost een minuut per aankoop, en het is de enige stap die ook werkt als het account zelf het probleem is. Dezelfde bewijslogica speelt bij [digitale handtekeningen in de rechtspraak](https://ai-rechtshulp.nl/digitale-handtekeningen-rechtspraak-geldig/), en bij [smart home-apparaten en dataverzameling](https://ai-rechtshulp.nl/smart-home-privacy-recht-data-verzameling/) gaat het net zo goed om de vraag wie er zeggenschap houdt over wat je in huis hebt gehaald.

## Het antwoord dat de rechter nog moet geven

De vraag die nu voorligt is smal maar scherp: mag een verkoper een wettelijke mededelingsplicht omzeilen door te stellen dat de doelgroep het toch al weet? Wordt dat verweer geaccepteerd, dan verzwakt elke informatieplicht bij digitale producten in één klap, want het argument is overal te herhalen. Wordt het afgewezen, dan verhuist het gevecht naar de vraag hoe prominent “prominent” is. Dat tweede is het gevecht waar consumenten iets aan hebben.