---
title: "Short stay stopt na 30 nachten"
date: 2026-09-04
author: "Redactie AI Rechtshulp"
featured_image: "https://ai-rechtshulp.nl/wp-content/uploads/2026/09/passende-huurcontracten-30-nachten-short-stay.png"
categories:
  - name: "Nieuws"
    url: "/category/uncategorized.md"
---

# Short stay stopt na 30 nachten

Je woont sinds maart op een kamer met een contract van drie maanden dat elke keer stilzwijgend wordt verlengd. De verhuurder noemt het short stay. Jij noemt het je huis, want je post komt er, je fiets staat er en je bent er niet van plan weg te gaan. Wie van jullie twee gelijk heeft, staat nu in een wetsvoorstel.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het wetsvoorstel [passende huurcontracten](https://www.internetconsultatie.nl/passendehuurcontracten) ter consultatie voorgelegd. De kern: verhuur “naar aard van korte duur” wordt begrensd tot 30 nachten. Daarboven is het gewone huur, met gewone huurbescherming. De consultatie liep van 2 juli tot 28 augustus 2026 en is inmiddels gesloten.

## Het gaat niet over een maand in een hotel

[De Telegraaf vatte het voorstel vrijdag samen](https://www.telegraaf.nl/politiek/een-maand-in-een-hotel-dan-heb-je-als-het-aan-het-kabinet-ligt-recht-op-een-huurcontract/160940744.html) als “een maand in een hotel geeft je recht op een huurcontract”. Dat is niet wat er in de consultatietekst staat, en het verschil is juridisch het hele punt. De begrenzing raakt de uitzondering in het huurrecht voor gebruik “naar zijn aard van korte duur” — de bepaling waarmee verhuurders van woonruimte huurbescherming buiten de deur houden. Een hotelovernachting is geen huurovereenkomst en wordt dat ook niet door dit voorstel.

Wie het zo samenvat, verplaatst de discussie naar de hotelbranche terwijl het probleem bij kamerverhuur, arbeidsmigrantenhuisvesting en internationale studenten zit. Dat is precies de groep die het voorstel expliciet noemt.

## 30 nachten is de juiste knop, maar hij lost de definitie niet op

Wij vinden een harde termijn beter dan de huidige situatie, waarin er helemaal geen maximum is. Zonder maximum is “naar aard van korte duur” een open norm die per zaak wordt uitgevochten, en dan wint standaard de partij met de langste adem. Dat is de verhuurder.

De consultatietekst voert dat argument zelf ook op: door de maximale termijn op 30 dagen te zetten wordt oneigenlijk gebruik tegengegaan, en wordt het voor gemeenten makkelijker om toezicht te houden op de naleving van de huurregels. Makkelijker is alleen niet hetzelfde als eenvoudig.

Maar een termijn is geen definitie. Ook na deze wet blijft de vraag staan wanneer een gebruik naar zijn aard kort is — een vakantiehuisje in juli is dat, een studentenkamer in september niet, en daartussen ligt een grijs gebied van bedrijfshuisvesting, tussenwoningen en verbouwingsverblijf dat het voorstel niet dichttimmert. De 30 nachten maken alleen dat je die discussie niet meer een jaar lang kunt rekken.

## “Makkelijker toezicht” werkt niet zonder gegevens om op te controleren

En dan het ongemakkelijke deel voor iedereen die, zoals wij, meer huurbescherming een goede zaak vindt. Het toezicht op deze regels ligt bij gemeenten, via de Wet goed verhuurderschap. De consultatie belooft dat dit toezicht makkelijker wordt. Alleen: een gemeente kan alleen zien dat iemand langer dan 30 nachten in dezelfde woning zit als zij contract en feitelijke verblijfsduur naast elkaar kan leggen, en het voorstel introduceert daarvoor geen registratie- of meldplicht. Zonder die gegevens verschuift de regel vooral wie er gelijk heeft in een procedure — en procederen doet een arbeidsmigrant met een tweejarig contract zelden.

Het voorstel doet daar overigens wel iets aan de andere kant. Arbeidsmigranten krijgen de mogelijkheid van een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar, mét huurbescherming en met regels voor de huurprijs. Die mogelijkheid is voorwaardelijk: zo’n contract mag volgens de consultatietekst alleen als de woning aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet, en de eis die daar als voorbeeld bij staat is dat iedere bewoner een eigen slaapkamer heeft van minimaal 5,5 vierkante meter. Dat is één eis uit een bredere set, niet de hele norm — de consultatie noemt de eigen slaapkamer uitdrukkelijk als voorbeeld (“zo moet”), niet als de volledige lijst. Maar het is wel het soort ondergrens dat je met een rolmaat narekent, en dat maakt hem handhaafbaarder dan een open norm.

## “Naar zijn aard van korte duur” is de zinsnede die telt

Pak vanavond je huurovereenkomst erbij en zoek naar de woorden “naar zijn aard van korte duur” of “short stay”. Staat dat erin en woon je er langer dan een maand, dan is dat nu al het punt waarop je positie draait — niet pas als deze wet er is. De rechter kijkt namelijk naar het feitelijke gebruik, niet naar het etiket dat er boven het contract staat. Hoe zo’n discussie in de praktijk verloopt, hebben we uitgewerkt bij [huurgeschillen en huurcontracten](https://ai-rechtshulp.nl/ai-huurgeschillen-huurcontracten-rechten/).

De consultatie is dicht, dus het volgende zichtbare moment is de reactie op de ingediende inbreng en de gang naar de Raad van State. De maatregel voor tijdelijke studentencontracten wordt daar volgens de consultatietekst sowieso aan toegevoegd: die stond eerder in een algemene maatregel van bestuur, de Tweede Kamer vroeg per motie om hem als formele wet voor te leggen, en het ministerie zegt toe hem na de consultatie aan dit wetsvoorstel toe te voegen. De vraag is dus niet óf, maar in welke vorm. Er liggen 121 openbare reacties, van hotelketen tot Erasmus Student Network, en de vorm wordt daar mede door bepaald. Voor wie nu al met een geschil zit, is de route naar bewijs en dossiervorming belangrijker dan de wetgeving: zie [wat een digitaal ondertekend contract juridisch waard is](https://ai-rechtshulp.nl/digitale-handtekeningen-rechtspraak-geldig/) en [hoe een incassotraject rond huur verloopt](https://ai-rechtshulp.nl/online-wanbetalen-incasso-juridisch/).