---
title: "Melding betalingsonmacht: uw uiterste datum"
date: 2026-10-18
author: "Redactie AI Rechtshulp"
featured_image: "https://ai-rechtshulp.nl/wp-content/uploads/2026/10/melding-betalingsonmacht.jpg"
categories:
  - name: "Belastingrecht"
    url: "/category/belastingrecht.md"
---

# Melding betalingsonmacht: uw uiterste datum

Meldingsplicht-check · artikel 36 Invorderingswet 1990

Na het verstrijken van de meldingstermijn zegt de wet letterlijk: **“wordt vermoed dat de niet betaling aan hem is te wijten”**. Dan zit u als bestuurder tegenover een vermoeden dat u zelf moet wegwerken, met één beperkte tegenbewijsroute. Van de 42 uitspraken over dit artikel met een einduitslag in onze database bleef de aansprakelijkstelling er 26 keer volledig in staan. Check hieronder uw uiterste meldingsdatum.

 Meldingsplicht-check

1. Om welke belastingschuld gaat het?  Gewone aangifte-afdracht (btw per kwartaal of loonheffing)  
  Naheffingsaanslag

2. Wanneer moest de belasting uiterlijk worden afgedragen?  Berekenen uit het tijdvak

 Maand waarin het tijdvak eindigde  
 kies maandjanuarifebruarimaartaprilmeijunijuliaugustusseptemberoktobernovemberdecember  
   
 Jaar  

De afdracht moest binnen één maand na het einde van het tijdvak (artikel 19 lid 1 AWR).

  Directe datum invullen

 Werkelijke afdrachttermijn (uiterste afdrachtdag)  
   
  

Kreeg u uitstel voor de aangifte, dan schuift de afdrachttermijn mee met de duur van dat uitstel (artikel 19 lid 4 AWR): kies “directe datum” en vul de verschoven afdrachtdag in.

2. De naheffingsaanslag Vervaldag van de naheffingsaanslag (staat op de aanslag)

  De naheffing is opgelegd omdat de belasting hoger was dan op de aangifte  
  Anders of onbekend 

  De Belastingdienst ziet géén opzet of grove schuld bij de bv  
  Wél opzet of grove schuld 

Twijfelt u? Weet dan: bij opzet of grove schuld kan voor het nageheven meerdere geen bevrijdende melding van betalingsonmacht worden gedaan; de tijdvakvelden hieronder veranderen die uitkomst niet.



  Afdrachttermijn berekenen uit het tijdvak Maand waarin het tijdvak van deze belasting eindigde  
 kies maandjanuarifebruarimaartaprilmeijunijuliaugustusseptemberoktobernovemberdecember  
   
 Jaar  

  Directe afdrachttermijn invullen

 Werkelijke afdrachttermijn (uiterste afdrachtdag)  
   
  



2. Wanneer bleek voor het eerst dat de bv niet meer kon betalen? Datum van het eerste moment (bijvoorbeeld de dag dat de bank de rekening blokkeerde)

De melding zelf doet u schriftelijk via het formulier van de Belastingdienst (de link staat bij de stappen hieronder). Laat dit veld leeg als de onmacht al bleek vóór of op de afdrachttermijn. Liep de onmacht later vast, dan telt “onverwijld melden”: twee weken na dat moment (Leidraad Invordering 2008, nr. 36.5.4).

3. Is er al schriftelijk gemeld bij de ontvanger?  Nee, nog niet  
  Ja, op datum  

 Bereken mijn termijn  
 Wissen 

 Uiterste meldingsdatum  
 **—** 

### Het vermoeden uit artikel 36, vierde lid

Artikel 36, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 zegt dan letterlijk: “wordt vermoed dat de niet betaling aan hem is te wijten”. De periode van drie jaren voor kennelijk onbehoorlijk bestuur begint op het moment waarop de bv in gebreke is. En alleen wie aannemelijk maakt dat juist het níet melden niet aan hem te wijten was, mag dat vermoeden weerleggen.

Het Hof van Justitie van de EU bevestigde op 14 november 2024 (zaak C-613/23) dat dit systeem binnen de EU-regels past. Wie voor een later tijdvak bewijst te goeder trouw te handelen, kan het eerdere tijdvak daarmee niet terughalen.

#### De routes die nog openstaan

- Meld alsnog schriftelijk en geef inzicht in de oorzaak van de betalingsonmacht: zonder die oorzaakomschrijving telt de melding niet als rechtsgeldig (Leidraad Invordering 2008, nr. 36.5.2 en 36.5.8).
- Bent u geen bestuurder meer geweest op het moment waarop gemeld moest worden? Dan wordt u direct toegelaten tot de weerlegging van het vermoeden (Leidraad Invordering 2008, nr. 36.6.2).
- Is de bv vóór het aflopen van de termijn failliet verklaard, dan hoeft er vaak niet meer gemeld te worden (Leidraad Invordering 2008, nr. 36.5.7).
- Bij een naheffing met bezwaar-uitstel geldt: na de uitspraak op bezwaar mag voor het niet toegewezen deel binnen veertien dagen alsnog worden gemeld (Leidraad Invordering 2008, nr. 36.5.5).



Gaat het om meerdere aangiften of aanslagen? Reken dan per tijdvak apart: elk tijdvak heeft een eigen termijn. De Leidraad (nr. 36.5.13) koppelt bij doorlopende melding de driejarenperiode aan de melding.

Deze check rekent termijnen uit de wet en de Leidraad na. Zij oordeelt niet over uw concrete zaak en is geen juridisch advies.







![Illustratie van een bestuurder aan een bureau die met een kalender en een brief van de Belastingdienst de uiterste meldingsdatum uitrekent, naast een accountant die een lege kas laat zien](https://ai-rechtshulp.nl/wp-content/uploads/2026/10/melding-betalingsonmacht-300x200.jpg)



## Vermoeden van fraude: wat doet u vandaag

U vermoedt dat uw bv als schakel in een btw-carrousel wordt gebruikt: aankopen met btw die nooit wordt afgedragen, verkopen aan wie de aftrek “onterecht” claimt. Vanaf het vermoeden telt wat u vastlegt en wanneer u handelt. Deze volgorde is die van het risico, niet van de wet.

1. **Zet nieuwe transacties en facturen stil.** Elke levering waaraan u twijfelt legt een nieuwe belastingschuld over uw bv; of die schuld onder de wettelijke voorwaarden ook persoonlijk op u als bestuurder komt, bepaalt artikel 36 Invorderingswet 1990. Annuleer wat kan, factureer wat al geleverd is, en start niets nieuws met de twijfelachtige tegenpartij.
2. **Leg vast wie wat deed en wanneer.** Bewaar contracten, facturen, transportdocumenten en de mailwisseling met de twijfelachtige partij. Noteer met datum wie er in het bestuur en bij de boekhouder wat wist en tekende. Dit is het materiaal voor bezwaar, strafzaak en tegenbewijs.
3. **Spreek vandaag de boekhouder en de accountant.** Vraag om een schriftelijke stand van zaken: welke aangiften zijn gedaan, wat is afgedragen, wat staat open. Een open belastingschuld is precies wat de meldingsplicht hieronder raakt.
4. **Scheid de twee meldingen die u kunt doen.** Eén is de fiscale melding van betalingsonmacht aan de ontvanger van de Belastingdienst: die staat in de check hierboven en gaat via het [formulier melding van betalingsonmacht](https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/melding-van-betalingsonmacht-bij-belastingen-en-premies). De andere is een fraudemelding: bij de [FIOD](https://www.fiod.nl/fraude-melden/) voor een strafrechtelijk onderzoek, of anoniem bij [Meld Misdaad Anoniem](https://www.meldmisdaadanoniem.nl/). Een fraudetip vervangt de melding aan de ontvanger niet: de enige route die uw persoonlijke termijn stopt, is de schriftelijke melding van de betalingsonmacht zelf.
5. **Zet een advocaat op de stoel vóór de naheffing, niet erna.** Bij verdenking van opzet of grove schuld komt strafrechtelijk risico bovenop het fiscale. Laat vooraf beoordelen hoe uw rol uitpakt in de periode van drie jaren waarin het bestuur wordt bekeken.

Zo sluit het op elkaar aan, voor zover de zaken in onze database dat laten zien: waar de rechter concludeerde dat de bv wist of had moeten weten van de fraude, viel de aftrek weg en volgden naheffingsaanslagen. Kan de bv daardoor niet meer betalen, dan begint de meldingsplicht van artikel 36 Invorderingswet 1990. En die termijn kan ook zonder naheffing lopen: zodra de bv op de afdrachttermijn niet kan betalen, telt de melding. De check bovenaan rekent uit hoeveel dagen u dan hebt.



## De wet, letterlijk

> “Het lichaam als bedoeld in het eerste lid is verplicht om onverwijld nadat gebleken is dat het niet tot betaling van loonbelasting, omzetbelasting, accijns, \[..\] in staat is, daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de ontvanger \[..\]”

Artikel 36, tweede lid, Invorderingswet 1990, citaat met weglatingen (geldend per 1 oktober 2026, geraadpleegd op 18 oktober 2026)> “Indien het lichaam op juiste wijze aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan, is een bestuurder aansprakelijk indien aannemelijk is, dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren, voorafgaande aan het tijdstip van de mededeling.”

Artikel 36, derde lid, Invorderingswet 1990, integraal geciteerd> “Indien het lichaam niet of niet op juiste wijze aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan, is een bestuurder op de voet van het bepaalde in het derde lid aansprakelijk, met dien verstande dat wordt vermoed dat de niet betaling aan hem is te wijten \[..\] Tot de weerlegging van het vermoeden wordt slechts toegelaten de bestuurder die aannemelijk maakt dat het niet aan hem is te wijten dat het lichaam niet aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan.”

Artikel 36, vierde lid, Invorderingswet 1990, citaat met weglatingen

Het verschil tussen het derde en het vierde lid is het verschil tussen bewijzen en vermoed worden. Meldt de bv rechtsgeldig, dan moet de ontvanger aannemelijk maken dat uw bestuur de niet-betaling veroorzaakte, binnen drie jaren vóór de melding. Meldt de bv niet of te laat, dan draait dat om: de niet-betaling wordt u toegerekend en u mag alleen nog uitleggen waarom de gemiste melding niet uw schuld was. De Leidraad Invordering 2008 (nr. 36.6.1) vat de bewijslastverdeling precies zo samen.

**Einde tijdvak***btw-kwartaal of loonheffingstijdvak*



**Afdrachttermijn***uiterlijk één maand na het tijdvak (art. 19 AWR)*

14 dagen

**Uiterste meldingsdatum***art. 7 Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990*



Periode van drie jaren die het derde lid bekijkt op kennelijk onbehoorlijk bestuur; bij een gemiste melding begint die periode op het verzuimmoment (vierde lid)



Eén randje uit de wet dat het weekend regelt: eindigt de meldingstermijn op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan schuift hij door naar de eerstvolgende werkdag. Dat staat niet in het besluit zelf maar in de Algemene termijnenwet, die op termijnen in algemene maatregelen van bestuur van toepassing is (artikel 1 jo. artikel 5). De afdrachttermijn zelf schuift juist niet weg: de Algemene termijnenwet geldt daar uitdrukkelijk niet (artikel 19, vijfde lid, AWR).



## Wat rechters deden in 59 zaken

Onze database met 1.026.689 uitspraken bevat 59 zaken waarin “artikel 36” en “Invorderingswet” samen in de samenvatting staan. Selectie op de samenvatting is een ondergrens: zaken die het artikel in de motivering gebruiken en niet in de samenvatting, staan er niet in. Van 57 zaken is het dictum gelezen en per zaak geclassificeerd; 2 Hoge Raad-records uit 2007 bevatten geen gepubliceerd dictum (alleen de vermelding dat de uitspraak niet gepubliceerd is).

Volledig in stand26 van 42

Verminderd14 van 42

Gegrond2 van 42



De overige 17 zaken gaven geen einduitslag over de aansprakelijkstelling: 5 cassatie-arresten die de zaak terugverwezen, 1 tussenuitspraak, 1 prejudicieel EU-arrest, 8 adviezen van de advocaat-generaal en 2 niet gepubliceerde zaken. 46 van de 59 zaken gaan over omzetbelasting; bij de omzetbelastingzaken met een einduitslag bleef de aansprakelijkstelling er 18 keer volledig in staan, 11 keer verminderd en 1 keer gegrond.

Het beeld is dubbelzijdig. In 26 van de 42 einduitslagen bleef de volledige aansprakelijkstelling overeind. Maar geen automatisme: 16 keer kreeg de bestuurder (deels) gelijk, soms omdat de ontvanger het bewijs van de oorzaak van de onmacht niet rond kreeg, soms door matiging van het bedrag. De set zegt niets over de uitslag specifiek voor zaken waarin te laat is gemeld; die splitsing maakt de uitspraken niet zichtbaar. De meest recente zaak in de set is van 11 maart 2026: het hof in ‘s-Hertogenbosch hield de aansprakelijkstelling van een bestuurder-grootaandeelhouder voor de omzetbelastingschuld van zijn bv in stand (ECLI:NL:GHSHE:2026:671).



## “Wist of had moeten weten”: zo raakt de fraude de bv zelf

Vóór er een bestuurdersaansprakelijkstelling komt, wordt eerst de bv zelf gepakt. In de Kittel-arresten van het Hof van Justitie van de EU (6 juli 2006, zaken C-439/04 en C-440/04) bepaalt het oordeel: wie wist of had moeten weten dat hij deelnam aan een transactie die verbonden is met btw-fraude, verliest zijn recht op aftrek van de voorbelasting. De Nederlandse rechter past die toets sinds 2007 toe in carrouselzaken.

- De inkoopprijs ligt merkbaar onder de marktprijs of de marge klopt alleen als de btw niet wordt afgedragen.
- De leverancier is nieuw, zonder bedrijfsgeschiedenis of bereikbaarheid, en de controles blijven zonder antwoord.
- Geld en goederen lopen via tussenpartijen waar niemand verantwoording over aflegt.
- De branche staat om deze fraude bekend en u deed geen enkele check.

Klopt een van deze kenmerken, dan weegt dat zwaar; het arrest vraagt om objectieve gegevens, en niet elke fraudesignaal leidt ook tot geweigerde aftrek. Waar rechters die conclusie trokken, volgden in de praktijk geweigerde aftrek of teruggevorderde voorbelasting en naheffingsaanslagen. Kan de bv die niet betalen, dan begint uw persoonlijke termijn uit artikel 36.





## Weet u binnen één minuut of uw termijn al loopt

De check bovenaan rekent met de wettekst en de Leidraad: aangifte of naheffing, met of zonder opzet, later ontstane onmacht, weekend en feestdagen.

 [Naar de meldingsplicht-check](#airmb-check)



## Vragen die bestuurders hierover stellen

Ik ben al afgetreden. Telt de meldingsplicht voor mij?De meldingsplicht geldt voor de bv; een gewezen bestuurder mag namens de bv niet zomaar meer melden. Maar wie geen bestuurder meer was op het moment waarop gemeld moest worden, wordt volgens de Leidraad (nr. 36.6.2) direct toegelaten tot de weerlegging van het vermoeden. Ook geldt de strenge lezing van het vierde lid met de verzuimperiode niet voor de gewezen bestuurder (artikel 36, zesde lid).

Ik heb te laat gemeld. Kan de schade nog beperkt worden?Het vermoeden uit het vierde lid staat dan vast, maar de inhoud niet: de omvang hangt af van wat er in de driejarenperiode misging. Leg vast waarom de melding te laat kwam en waarom dat niet aan u te wijten is. Dat is precies de enige tegenbewijsroute die de wet opent. En meld alsnog, met oorzaakomschrijving: zonder die oorzaak telt de melding sowieso niet (Leidraad, nr. 36.5.2 en 36.5.8).

De bv is failliet verklaard. Moet er dan nog gemeld worden?Als de meldingstermijn afloopt op of na de faillissementsdatum, hoeft er volgens de Leidraad (nr. 36.5.7) niet meer gemeld te worden en heeft de ontvanger bij aansprakelijkstelling dezelfde bewijslast alsof er rechtsgeldig was gemeld. Uitzondering: naheffingsaanslagen wegens opzet of grove schuld, waar de melding om een andere reden onmogelijk was.

Hoe moet die melding eruitzien?Schriftelijk, en de wet zegt niet hoe: vormvrij (Leidraad, nr. 36.5.1). Wél verplicht: inzicht in de omstandigheden die tot de niet-betaling leidden (artikel 7, derde lid, Uitvoeringsbesluit). Een algemene zin als “liquiditeitsproblemen” is te weinig (Leidraad, nr. 36.5.8). De Belastingdienst heeft een [formulier voor de melding van betalingsonmacht](https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/melding-van-betalingsonmacht-bij-belastingen-en-premies), en de melding kan ook via het Persoonlijk Domein. Verstuurt u per post, dan sluit de Leidraad (nr. 36.5.4) aan bij artikel 6:9 Awb: tijdig is de melding die vóór het einde van de termijn is ontvangen; per post telt hij als tijdig verzonden als hij vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Wat is het verschil met de bestuurdersaansprakelijkheid waar de curator over gaat?Twee routes die los lopen. De curator stelt onder civiel recht aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW) en daar staat disculpatie voor open. De ontvanger doet dat onder fiscaal recht op grond van artikel 36 Invorderingswet 1990, met de meldingsplicht als scharnier. U kunt dus met beide tegelijk te maken krijgen; op onze pagina over [disculpatie bij civiele bestuurdersaansprakelijkheid](https://ai-rechtshulp.nl/bestuurdersaansprakelijkheid-disculpatie/) staat hoe streng rechters daar zijn.

Telt deze plicht ook voor de vennootschapsbelasting?Nee. Artikel 36 werkt voor loonbelasting, omzetbelasting en een lijst verbruiksbelastingen. Voor de vennootschapsbelasting bestond een aparte bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 36a), maar die is sinds 1 april 2017 vervallen; vpb-problemen lopen via de civiele bestuurdersaansprakelijkheid van artikel 2:248 BW, waar onze pagina over disculpatie bij hoort.



## Over deze telling

**Methode.** Onze rechtshulp-database bevat op 18 oktober 2026 1.026.689 gepubliceerde uitspraken. Selectie: alle zaken waarin de woorden “artikel 36” en “Invorderingswet” samen in de officiële inhoudsindicatie staan (tekstzoekfunctie op de samenvatting). Dat levert 59 zaken op; een ondergrens, want niet elke relevante uitspraak noemt het artikel in de samenvatting. Van 57 zaken is het dictum (het sluitende oordeel onderaan de uitspraak) individueel gelezen en ingedeeld; de 2 overige records zijn Hoge Raad-zaken uit 2007 waarvan alleen de mededeling “Uitspraak wordt niet gepubliceerd” beschikbaar is. Indeling in: volledig in stand, verminderd, gegrond, cassatie met terugverwijzing, tussenuitspraak, prejudicieel, advies advocaat-generaal, niet gepubliceerd. Percentages ontbreken bewust: we noemen altijd het aantal en de noemer.

**Bronnen.** Wetteksten: wetten.overheid.nl, geraadpleegd op 18 oktober 2026: artikel 36 Invorderingswet 1990, artikel 7 Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990, artikel 19 Algemene wet inzake rijksbelastingen, Algemene termijnenwet, en de Leidraad Invordering 2008 (nrs. 36.4 tot en met 36.6). Europees recht: arrest van het Hof van Justitie van 14 november 2024, zaak C-613/23 (ECLI:EU:C:2024:961, EUR-Lex 62023CJ0613) en de arresten Kittel en Recolta Recycling van 6 juli 2006 (C-439/04 en C-440/04, ECLI:EU:C:2006:446, EUR-Lex 62004CJ0439). Uitspraken: eigen database met ECLI-nummers in de tekst; voorbeelden met vindplaats in het artikel.

**Grenzen.** De check rekent termijnen zoals de wet en de Leidraad die voorschrijven; of een concrete melding rechtsgeldig is en of een vermoeden weerlegbaar is, beoordeelt de ontvanger en daarna de rechter. Wij geven geen juridisch advies.

Meer van deze redactie: [ai rechtshulp](https://ai-rechtshulp.nl/) · [belastingrecht](https://ai-rechtshulp.nl/belastingrecht/) · [bestuursrecht](https://ai-rechtshulp.nl/bestuursrecht/) · [ondernemingsrecht](https://ai-rechtshulp.nl/ondernemingsrecht/)